NederlandsEnglish
 
 
 
 
 
  Marzano

Marzano’s dimensies van leren

Marzano
Robert J. Marzano
© education review

In 1992 heeft Robert J. Marzano een onderwijskundig model ontwikkeld dat de leerprocessen van leerlingen centraal stelt. Marzano heeft zijn ideeën opgedaan aan de hand van Bloom, Piaget, Kolb, Yeany en Vygotsky. Het model gaat uit van een constructieve opvatting van leren. Dat houdt in dat leren wordt opgevat als een proces waarbij de leerling op basis van ervaringen een beeld van de wereld construeert. Het model kan voor een docent als basis dienen voor zijn lesvoorbereiding.

Het planningsmodel van Marzano bestaat uit vijf verschillende typen van dimensies van leren. Deze dimensies zijn:

Dimensie 1: Houdingen en opvattingen
Dimensie 2: Het verwerven van kennis
Dimensie 3: Uitbreiden en verfijnen van kennis
Dimensie 4: Het zinvol gebruik maken van kennis
Dimensie 5: Studie- en denkgewoonten

Dimensie 1: Houdingen en opvattingen (Attitudes and perceptions)

Een positieve leeromgeving staat in deze dimensie centraal. Het gaat hierbij om de basisvoorwaarden in de klas: een goede sfeer, materiële voorzieningen, het soort van taken en de betrokkenheid van de leerling bij het leerproces.

Hierbij is de verbale en non-verbale rol van de docent belangrijk. De docent moet een positieve houding hebben naar leerlingen. Leerlingen moeten zich gewaardeerd voelen door docenten en medeleerlingen. Een docent moet zich bewust zijn dat zijn gedrag van invloed is op het leerresultaat van zijn leerlingen. Indien leerlingen een antwoord geven, moet de docent de leerling de tijd geven. Ook bij een fout antwoord dient de leraar dit positief te benaderen: “goed nagedacht, maar dat antwoord bedoel ik niet.” Duidelijke regels en eisen geven rust en veiligheid in de klas. Bij overtreding hoeft een docent niet meteen disciplinaire maatregelen te nemen, humor is ook vaak een goede oplossing. Het gaat erom streng maar rechtvaardig zijn. Indien een leraar een opdracht geeft, moet deze opdracht duidelijk en eenduidig zijn. Deze opdracht heeft een grotere kans van slagen indien de leerling de meerwaarde van deze opdracht ziet; “Als jullie deze oefening goed doen, dan maak je de moeilijkere opgave ook goed.”

Dimensie 2: Het verwerven van kennis (Acquisition and Integration of Knowledge)

Leren is alleen functioneel als de nieuwe kennis aansluit bij bestaande kennis. “Acquiring knowledge involves a subjective process of interaction between what we already know and what we want to learn. We are always using what we know to interpret what we don’t know. If we can’t link new content to something we already know, learning is much more difficult.”

Marzano onderscheidt twee soorten kennis:

1. Procedurele kennis: vaardigheden

Deze kennis gaat vooral over leerprocessen als procedures, stappenplannen, kaartlezen, experimenteren en het schrijven van een essay. Het aanleren van de procedurele kennis bestaat uit drie fasen. Eerst moet een docent de vaardigheid uitleggen, vervolgens gaan de leerlingen de vaardigheid oefenen en uiteindelijk moeten de leerlingen de vaardigheid beheersen. Een voorbeeld wat Marzano bedoelde: in de bovenbouw moeten leerlingen aan de hand van een stukje DNA een translatie en transcriptie kunnen maken. De docent legt eerst het doel van de les uit (dimensie 1) en probeert aan te sluiten bij de belevingswereld van de leerlingen (bijv. door er de ziekte kanker bij te halen). Vervolgens laat de docent de vaardigheden zien op het bord en door middel van een animatie. Door middel van deze uitleg leren leerlingen even de bouwstenen van DNA en RNA. Na deze uitleg krijgen de leerlingen een opdracht om zelf van een stukje DNA een polypeptide te maken. Hierbij schrijft de docent een stuk dubbelstrengs DNA op het bord, vertaalt dit in RNA en gaat samen met de leerlingen de betreffende aminozuren zoeken. In de laatste fase moeten leerlingen deze vaardigheid zo vaak geoefend hebben dat ze de vaardigheid automatisch toepassen (internaliseren).

2. Declaratieve kennis cognitieve kennis

Hierbij gaat het om kennis van feiten en het leren van feiten. Ook hier zijn volgens Marzano drie fasen te herkennen. Ten eerste moet de kennis aansluiten bij en voortbouwen op bestaande kennis. Vervolgens moet de kennis worden georganiseerd. Dit kan door middel van schema’s, grafieken en modellen. Als laatste moet deze kennis worden opgeslagen. Het opslaan van kennis wordt bevorderd door de kennis te koppelen aan beelden. Hier geldt de bekende uitspraak: "Een plaatje zegt meer dan duizend woorden."

Zo kun je als biologiedocent in de eerste les in de brugklas met de vraag beginnen wat de leerlingen al weten over biologie. Hierbij combineer je dimensie 1 en 2. Omdat je leerlingen aan het woord laat, laat je zien dat ze al veel weten. En omdat je een brug slaat tussen de bestaande kennis en het nieuwe programma, pas je dimensie 2 toe. Dat kan er als volgt uitzien: Leerlingen brainstormen over hun bestaande kennis, de docent noteert alle termen op het bord. De docent groepeert deze kennis in bijvoorbeeld de toekomstige thema’s in de les.

Dimensie 3: Uitbreiden en verfijnen van kennis (Extending and refining knowledge)

In dimensie 2 ligt de nadruk op kennis begrijpen en leren en nieuwe vaardigheden uitvoeren. Toch moeten leerlingen een stapje verder gaan. Zij moeten de nieuwe kennis en vaardigheden toepassen en ze moeten eigen verbanden en inzichten ontwikkelen. In de derde dimensie gaat het er om de declaratieve kennis uit dimensie 2 uit te breiden, te verfijnen en te verdiepen. Hierbij maakt de docent gebruik van de volgende denkvaardigheden:

  1. Vergelijken: aangeven van verschillen en/of overeenkomsten.
  2. Classificeren: groepen maken, benoemen van groepen etc.
  3. Induceren: conclusie trekken op grond van verschillende bewijzen (zie afbeelding).
  4. Deduceren: stellingen afleiden uit een algemene regel.
  5. Foutenanalyse: denkfouten opsporen.
  6. Abstraheren: onderliggend thema of algemeen patroon herkennen.

Dimensie 4: Het zinvol gebruik maken van kennis (Using knowledge meaningfully)

In deze dimensie beschrijft Marzano hoe een leerling de kennis betekenisvol kan gebruiken en toepassen. Het uiteindelijke doel van kennis vergaren, is kennis toepassen en gebruiken. Door deze kennis toe te passen, leert de leerling veel meer. In de biologieles worden veel abstracte thema’s besproken, bijvoorbeeld genetische manipulatie. Je kunt leerlingen een presentatie laten geven waarin meerdere rollen voorkomen. Denk hierbij aan een politicus, milieu-acticivist etc. Leerlingen moeten dan een bepaalde rol op zich nemen en zo het onderwerp van meerdere kanten belichten.

Volgens Marzano zijn opdrachten betekenisvol als ze aan de volgende eisen voldoen:

  1. Toepassingsgericht
  2. Langdurend
  3. Leerling gestuurd

Marzano ziet 5 activiteiten om dit te doen:

  1. Experimenteel onderzoek
  2. Probleem oplossend
  3. Uitvindingen
  4. Besluitvorming
  5. Onderzoek doen

Dimensie 5: Studie en denkgewoonten (Productive habits of mind)

Niet alleen inhoudelijke kennis is belangrijk, maar ook een goede mentaliteit helpt een leerling bij zijn leerproces. “It might be better to help students develop mental habits that will help them learn on their own whatever they need or want to know.” Marzano noemt dit productieve instellingen. Volgens Marzano zijn er drie belangrijke productieve instellingen.

  1. Zelfregulerend denken en leren (plannen, evaluatie)
  2. Kritisch denken en leren
  3. Creatief denken en leren

De vijf dimensies staan niet los van elkaar, zodat ze niet beschouwd mogen worden als losse eenheden of als een opeenvolging in leerproces. Dimensies 2, 3 en 4 hebben betrekking op cognitieve vaardigheden. Deze vaardigheden hebben betrekking op het opdoen van (nieuwe) kennis en vaardigheden. Dimensie 1 en 5 zijn randvoorwaarden om de andere dimensies te laten slagen. Dimensie 1, 2 en 3 kunnen wel als opvolging in leerproces gebruikt worden. In de eerste dimensie maakt de leerling kennis met een onderwerp. Als een docent dit onderwerp op een spannende manier laat aansluiten bij de belevingswereld van een leerling, geeft dit een goede basis voor dimensie 2 en 3. In de twee laatste dimensies wordt de kennis aangeleerd en geordend. Er zijn wel verschillen tussen dimensie 2 en 3. In de tweede en derde dimensie van het model van Marzano zijn ze geordend volgens de richtlijnen van de taxonomie van Bloom. Feiten behoren volgens deze indeling tot het meest concrete niveau; de denkvaardigheden uit dimensie 3 zoals abstraheren behoren tot een hogere taxonomie.