NederlandsEnglish
 
 
 
 
 
  webquest | Endosymbiose theorie

inleiding | Endosymbiose theorie


© starfish
Alle leven bestaat uit cellen. Sommige organismen, zoals bacteriën, leven als ééncelligen. Wij mensen bestaan uit veel meer cellen. Toch zijn de meeste cellen wel ongeveer hetzelfde opgebouwd. Naast de overeenkomsten tussen de cellen van planten, dieren, bacteriën en schimmels zijn er ook genoeg verschillen. Zo kun je een plantencel bijvoorbeeld herkennen aan de celwand, de vacuole en de chloroplasten en een dierlijke cel aan het ontbreken van de celwand. In een cel wordt constant gewerkt. Daarvoor zijn fabrieken nodig: de organellen. Er worden energie en bouwstoffen gemaakt. Van de bouwstoffen worden nieuwe cellen gemaakt. Worden er geen nieuwe cellen aangemaakt, dan zal je afsterven. Net als dat je geen auto´s kunt maken in een snoepfabriek, kun je ook geen eiwitten maken in een vetfabriek. Dat betekent dat je voor alle verschillende stoffen in een cel aparte fabrieken nodig hebt. In je cellen zijn dan ook organellen die van aminozuren eiwitten maken en organellen die ervoor zorgen dat vetzuren worden omgezet in vetten (of omgekeerd). In alle fabrieken is energie nodig om iets te kunnen maken. In cellen wordt die energie verzorgd door mitochondriën die de energierijke stof ATP produceren. Er bestaat een theorie over het ontstaan van leven doordat bacteriën als het ware in cellen zijn gekropen. In de cellen werden deze bacteriën organellen waardoor naast prokaryote ook eukaryote organismen onstonden. Dit proces wordt de endosymbiosetheorie genoemd. Hoe de endosymbiosetheorie precies in elkaar zit, ga je zelf onderzoeken met behulp van deze webquest.