NederlandsEnglish
 
 
 
 
 
  webquest | Het ontstaan van kanker

inleiding | Het ontstaan van kanker


© rokok.nukov.net
Kanker is niet één ziekte, maar een verzamelnaam van een groot aantal aandoeningen die overeenkomen in het feit dat zij ongecontroleerde celgroei vertonen. Normaliter vermenigvuldigen cellen zich door deling. Hierbij is er een evenwicht tussen het aantal oude cellen dat afgebroken wordt en het aantal cellen dat nieuw gevormd wordt. Dit evenwicht wordt onder andere in stand gehouden door remmende stoffen die omringende cellen uitscheiden. Onder sommige omstandigheden kan de celdeling zich aan dit evenwicht onttrekken, waardoor een ongebreidelde groei ontstaat: men spreekt dan van gezwelgroei of tumorgroei. Het verschil tussen kwaadaardige gezwelgroei en goedaardige gezwelgroei is dat de kwaadaardige gezwellen doorgroeien in normaal weefsel, waardoor dit normale weefsel vernield wordt. Zulke kwaadaardige gezwelgroei kan ontstaan in organen (o.a. longen, borsten, slokdarm, maag, lever, blaas, baarmoederhals en prostaat), maar ook in het lymfevatenstelsel (zoals de ziekte van Hodgkin) of in rode beenmergcellen (leukemie genaamd). De kwaadaardige cellen zijn ongevoelig voor de remstoffen van andere cellen; ze delen zich veel sneller dan goedaardige cellen. Als het gezwel doorgroeit in een bloedvat, kunnen hierdoor dodelijke bloedingen ontstaan. Bij aantasting van een zenuw ontstaat pijn. De cellen kunnen veranderen waardoor zij niet meer lijken op de cellen van het orgaan waar zij oorspronkelijk van uitgingen. Het gezwel heeft de neiging cellen los te laten die vervolgens op andere plaatsen in het lichaam kunnen uitgroeien tot een nieuw kankergezwel (metastasie). De cellen zijn dan terechtgekomen in de bloedbaan of in de lymfe. Deze losgelaten cellen heten metastasen of uitzaaiingen. In het laatste stadium van metastasie vormen zich netwerken van bloedvaten in de tumoren, die de tumoren van voedingsstoffen voorzien.