NederlandsEnglish
 
 
 
 
 
  webquest | Diabetes Mellitus

inleiding | Diabetes Mellitus


© perso-orange
Om goed te kunnen begrijpen wat er bij diabetes aan de hand is moet je weten wat er met het voedsel gebeurt dat je eet. Als je glucose (suiker) of andere (koolhydraten die uit meerdere suikermoleculen bestaan) eet, komt het in je bloed terecht. Omdat je niet al het glucose meteen nodig hebt, wordt het opgeslagen in je lichaam als glycogeen. Dit proces wordt geregeld door het hormoon insuline. Dat wordt in de Eilandjes van Langerhans van de alvleesklier geproduceerd. Diabetes (volledige naam Diabetes Mellitus) is een verstoring van de bovengenoemde regeling van het glucosegehalte in het bloed. Diabetes ontstaat doordat de alvleesklier geen of onvoldoende insuline produceert. Het lichaam kan hierdoor geen glucose omzetten in glycogeen en scheidt het uit via de urine. Er wordt onderscheid gemaakt tussen twee vormen van diabetes, namelijk type I en type II. Het grote verschil zit hem in het feit dat bij type I geen insuline meer in de alvleesklier geproduceerd wordt. Hierdoor is de patiënt volledig afhankelijk van dagelijkse insuline-injecties. Bij type II is de alvleesklier nog wel in staat om een beetje insuline te maken. Door middel van medicijnen kan de alvleesklier gestimuleerd om meer insuline te maken. Het probleem bij type II is dat de insuline geen effect heeft op de cellen. Een ander verschil is de leeftijd van de patiënten: type I ontstaat meestal voordat de patiënt 40 wordt, type II meestal daarna. Mensen met diabetes kunnen met veel problemen te maken krijgen. Ten eerste kunnen ze hypo's en hypers krijgen. Bij een hypo is de bloedsuiker te laag. Dit kan gebeuren als de patiënt te veel insuline inspuit. Bij een hyper is de bloedsuiker te hoog. Dit kan gebeuren als er te weinig insuline wordt ingespoten. Verder kunnen er verschillende complicaties optreden bij diabetespatiënten, zoals een verhoogde kans op hart en vaatziekten, slechter kunnen zien en lichaamsdelen die beginnen af te sterven (meestal de tenen). De kans op diabetes is voor iedereen aanwezig, zij het niet bij iedereen even groot. Het grote probleem van diabetes is dat het erfelijk is. Het is echter niet besmettelijk. Diabetes is een chronische ziekte. De verschijnselen die horen bij diabetes zijn onder andere minder eten en meer drinken; dit komt voort uit het feit dat de glucose wordt uitgescheden in plaats van opgenomen. De patiënt zal dus ook regelmatig naar de wc moeten. Ook zal het gewicht afnemen, wordt de patiënt lusteloos en moe en ziet minder. Het concentratievermogen vermindert en na een langere periode ontstaat de kans op flauwvallen.